Tagarchief: politiek

Het missende gezicht: hoe Jezus verdween uit de burgerrechtenbeweging

March - Book Two-179Kort geleden verscheen het derde en laatste deel van March, een graphic novel over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig en zestig. Voor deze boeken heeft John Lewis, één van de beroemdste zwarte activisten, zijn verhaal verteld aan schrijver Andrew Aydin en tekenaar Nate Powell. Dat was hard nodig volgens de makers, omdat de meeste Amerikanen van die hele geschiedenis maar negen woorden kennen: Rosa Parks, Martin Luther King, I have a dream. March is dus een geschiedenisles, maar ook een klap in je gezicht, omdat het laat zien hoeveel geweld het protest losmaakte. Geweld van gouverneurs, politie, Ku Klux Klan en anderen, in de vorm van verboden, traangasgranaten, gummiknuppels, kogels, molotovcocktails en bommen. Als lezer krijg je nog meer bewondering dan je al had voor de zelfdiscipline en het doorzettingsvermogen van de actievoerders, die naar het voorbeeld van Jezus en Gandhi weigerden om geweld met geweld te beantwoorden.

Zij weten niet wat zij doen

De Farizeeërs in de tempel, Rembrandt Harmensz. van Rijn, 1648. Collectie Rijksmuseum

De Farizeeërs in de tempel, Rembrandt Harmensz. van Rijn, 1648. Collectie Rijksmuseum

Het was bijna Pasen, toen de Farizeeën en Schriftgeleerden aan de moslims vroegen: ‘Veroordelen jullie deze aanslag, die jullie geloofsgenoten gepleegd hebben?’ De moslims antwoordden: ‘Ja, zo’n aanslag is in strijd met ons geloof.’ Toen zei één van de Farizeeën met overslaande stem: ‘Horen jullie hoe zij zeggen dat de aanslag in strijd is met hun geloof (en dus niet: de wet)? Zien jullie nu hoe zij hun geloof boven de wet plaatsen?’

Daarna gingen de Farizeeën op zoek naar getuigen, zodat ze de moslims zouden kunnen veroordelen voor medeverantwoordelijkheid of op zijn minst sympathie voor de aanslag, maar ze vonden niemand die wilde getuigen. Tenslotte vonden zij een kind, dat beweerde dat moslimkinderen in haar schoolklas hadden gejuicht na de aanslag: ‘Hoor ze alleen maar lachen en hopen dat er veel mensen dood gaan.’ De Farizeeën zeiden: ‘Zij hebben voor de aanslag gejuicht! Wat hebben we verder nog voor getuigenissen nodig? Gooi ze uit in de buitenste duisternis, waar het geween is en het tandengeknars!’

Sorry is het moeilijkste woord

Waarom Asscher en Breedveld elkaar hun excuses moeten aanbieden en waarom de minister het initiatief moet nemen

https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/3d/49/73/3d497302a6dc977eafa57be70c41f359.jpg

Yeats, ‘The Second Coming’ (1920)

“Alles valt uiteen, het middelpunt houdt het niet,” schreef de Ierse dichter Yeats over de moderne tijd. “De besten missen alle overtuiging, terwijl de slechtsten vol hartstochtelijke intensiteit zijn.” Dat lijkt me een mooie omschrijving van de debatcultuur in Nederland, waar de grofste meningen het luidst worden rondgetoeterd en de meeste media-aandacht afdwingen. Bovendien werkt het ook nog eens zo dat goedbedoelende mensen, als het vuur van de overtuiging een keer in ze is opgelaaid, vaak minder aangename trekken laten zien. Dat geldt bij uitstek voor de ruzie op social media, waar minister Asscher en Peter Breedveld nu in verwikkeld zijn.

Het begon vorige week maandag, toen Asscher van zich afbeet op Facebook. Zijn sarcastische reactie op de rabiate antisemieten en andere vuilspuiters was begrijpelijk en in grote lijnen adequaat. Een van zijn belasteraars, “Rico”, heeft inmiddels zijn excuses aangeboden.

Gevaarlijk, maar geen racist

Gelukzoekers zijn geen mensen

De Marx Brothers portretteerden zichzelf in hun films als schaamteloze gelukzoekers. In tegenstelling tot Chaplin deden ze geen moeite om de diepere menselijke waardigheid van hun marginale personages te benadrukken. Juist daarom kunnen ze ons vandaag de dag nog iets leren over de ideologie achter de toenemende vreemdelingenhaat.

Naamloos1

Aandeelhouders en verstekelingen

“Ik ben een vreemde hier,” zegt Chico tegen Groucho op een feestje. “Wat dacht je dat ik was,” antwoordt Groucho, “één van de vroege kolonisten?” Zo’n tachtig jaar geleden stelden de Marx Brothers (zelf tweede generatie allochtonen, net als Aristoteles en Spinoza) in al hun films het migratievraagstuk impliciet en vaak ook expliciet aan de orde. In Monkey Business (1931) spelen de broers vier verstekelingen, verstopt in haringvaten aan boord van een oceaanstomer. Groucho en Chico doen zich voor als aandeelhouders en als de kapitein ze niet gelooft (“Jullie lijken meer op een stel verstekelingen!”) reageert Groucho: “Vergeet niet, mijn beste man, dat de aandeelhouder van gisteren de verstekeling van vandaag is.” Ondertussen steken ze ook nog de draak met de anti-immigratiewetgeving van de jaren twintig, toen in Amerika de quota per regio ingevoerd werden. Na weer een abominabele woordgrap van Chico kijkt Groucho in de camera en zegt: “Dit is nou precies waarom de immigratie aan banden gelegd moet worden.” In de hilarische douanescène proberen de vier broers Amerika binnen te dringen met het gestolen paspoort van Maurice Chevalier.

Wie zijn de handelaren in angst?

Handel in angst

Waar komt het snel toenemende geweld tegen AZC’s en asielzoekers vandaan? In een uitstekend stuk op Joop.nl wees Han van der Horst een paar dagen geleden op de verantwoordelijkheid van Geert Wilders, die zijn aanhangers elke dag opjut tot verzet en nauwelijks moeite doet om zich van het resulterende geweld te distantiëren. Minister Asscher noemde Wilders een paar weken geleden nog, met een oude uitdrukking van Geert Mak, een “handelaar in angst”.

Toch wringt er iets aan dat beeld. Als er een markt voor angst is, zou je Wilders dan niet eerder een producent moeten noemen? Wat hij produceert zijn haat- en scheldwoorden, griezelverhalen en extremistische oplossingen. Producten die hij moeiteloos en met flinke politieke winst kan verkopen, maar alleen omdat ze gretig worden afgenomen en gedistribueerd door verschillende groothandelaren. Kortom, wie op Wilders wijst moet ook kijken naar de rol van mainstream media en van liberale of progressieve politici – dat wil zeggen, van bijvoorbeeld de NOS of van mensen als Asscher zelf.

 

Verdoezeling

Antisemitisme tegen moslims: een vergeten geschiedenis

Antisemitisme tegen moslims, is dat niet even absurd als homofobie tegen hetero’s? En is het vandaag de dag niet al controversieel genoeg om Jodenhaat en moslimhaat in één adem te noemen? Volgens veel mensen zijn het tendensen die je niet mag vergelijken. “Antisemitisme is het resultaat van eeuwen religieuze en etnische haatpropaganda”, zegt Manfred Gerstenfeld, terwijl islamofobie recent zou zijn ontstaan na terroristische aanslagen. Esther Voet zegt dat je als Jood geboren wordt, terwijl moslim zijn een vrije keuze is en niet die etnische lading heeft. Dus waarom dan beginnen over antisemitisme tegen moslims? Omdat het om een vergeten en verrassend actueel hoofdstuk uit de moderne geschiedenis gaat, dat nieuw licht kan werpen op die beladen vergelijking.

Dat verhaal begint met de Franse godsdienstgeleerde Ernest Renan (1823-1892), die geloofsverschillen, culturele stereotypen en de banaalste vooroordelen een ‘wetenschappelijke’ onderbouwing geeft door ze als onveranderlijke rassenkenmerken te beschrijven. Het arische en het semitische ras zijn volgens hem “de twee tegenpolen van de mensheid”: rationalisme, vrijheidsliefde en tolerantie staan tegenover slaafse volgzaamheid, fanatisme en gewelddadigheid. In 1862 schrijft hij dat de Europese beschaving zich alleen verder zal kunnen ontwikkelen als ze werk maakt van “de vernietiging van de semitische zaak”.

Het asielbeleid volgens Archie Bunker

Archie Bunker: I ain’t no bigot. I’m the first guy to say, ‘It ain’t your fault that youse are colored.’ (All in the Family, 1971)

Archie Bunker

Met zijn vooroordelen, zijn kolderieke schijnlogica en zijn xenofobe tirades zou Archie Bunker uit de serie All in the Family vandaag de dag geen massapubliek meer aan het lachen krijgen. Niet omdat het typetje achterhaald is, eerder het omgekeerde: het is de laatste jaren helemaal salonfähig geworden. Rechtse leiders als Wilders en Trump zouden hem als een geestverwant zien. Ook politici van het “redelijke midden” zouden waarschijnlijk stellen dat Archie’s opvattingen het in elk geval verdienen om serieus “gehoord” te worden. Veel journalisten zouden hem, in een valse pose van evenwichtigheid, portretteren als een typische “bezorgde burger” voor wie “de grens duidelijk bereikt is” (zoals de NOS onlangs de aanhang van Pegida omschreef).

De geschiedenis herhaalt zich in Griekenland

Een ijzingwekkend hoofdstuk uit Thucydides’ geschiedenis van de Peloponnesische oorlog is de zogeheten Melische dialoog: het verslag van de onderhandelingen tussen de Atheners en de bewoners van het Cycladische eilandje Melos. De Meliërs hadden geprobeerd om neutraal te blijven in het conflict tussen Athene en Sparta. In 416 voor Christus werden ze door een machtige Atheense vloot voor een dodelijk simpele keuze gesteld: onderwerping of vernietiging (zie hier voor een vertaling en hier voor een nagespeelde versie).

Het is vooral door de kille taal van de macht, verpakt in zakelijke, rationele afwegingen, dat deze bladzijden van Thucydides steeds weer als scheermessen aan je vingers voelen. De Meliërs beroepen zich op het beginsel van rechtvaardigheid en de Atheners tonen hun minachting over zoveel naïveteit: als u hier bent om te jammeren over onrecht “en niet om te beraadslagen over het voortbestaan van uw stad, rekening houdend met de huidige realiteit, dan kunnen we wel weer uiteengaan.” En even verder:

Ath: Wij zijn hier op de eerste plaats om de belangen van ons imperium te dienen, maar toch ook om uw stad te redden.

Mel: Hoe kan het in ons beider belang zijn dat wij uw slaven worden en u onze meesters?

Met twee maten

http://www.geenstijl.nl/archives/images/fietsie477.jpgTwee dagen geleden: minister Schultz van Verkeer besluit dat er geen verbod komt op bellen en appen op de fiets. De minister ziet niets in een verbod dat je toch niet gaat handhaven. Ik moet drie keer per dag uitwijken voor slingerende bellers en mij lijkt zo’n verbod wél belangrijk: dan is er tenminste een duidelijke norm, waar ik medeweggebruikers op kan aanspreken.

Vandaag: de kamer stemt in met een beperkt boerkaverbod. Minister Plasterk geeft zelf ook toe dat er in Nederland maar een paar honderd vrouwen met een boerka zijn en dat de politie in de praktijk toch geen boetes zal uitschrijven. Maar hij vindt het belangrijk om “een norm vast te stellen”, waar mensen elkaar op kunnen wijzen.