Tagarchief: vluchtelingen

De geest van het pardon

In het toneelstuk Thomas More zet Shakespeare de hoofdpersoon tegenover een groep woedende opstandelingen, die de huizen van immigranten in brand willen steken. Volgens de rebellen is dat vreemde volk alleen gekomen om zich te verrijken op kosten van de Engelsen. More weet ze op andere gedachten te brengen, met een toespraak van een verbluffende actualiteit:

Stel je voor dat je ze het land uit krijgt
En dat je kabaal de Engelse majesteit overstemt,
En stel je voor dat die miserabele vreemden,
Met hun baby’s op hun rug en hun armzalige bagage,
Naar havens en kusten sjokken voor hun transport,
En dat jij daar zit als een koning in je dromen,
De overheid verstomd door jouw gebral,
En jij getooid met de plooikraag van je meningen;
Wat heb je dan bereikt? Nou, dit: je hebt bewezen
Hoe arrogantie en machtsvertoon kunnen winnen,
Hoe de rechtsstaat ondermijnd kan worden…

Eén van de ‘miserabele vreemden’ van nu is een meisje op ons gymnasium. Ze is dertien jaar geleden in Nederland geboren en is één van de uitblinkers in haar klas. Ze is nooit zelfs maar in Afrika geweest, maar de kans is reëel dat ze binnenkort daarheen uitgezet wordt.

Thermopylae

Delphi, Olympia, Mycene, Epidauros, de Akropolis: ze lagen er nog steeds en we gingen er ook heen, maar de Griekenlandreis van de vijfdeklassers zou dit jaar niet helemaal dezelfde worden als anders. Alleen naar oude stenen kijken en met een boog om het vluchtelingenvraagstuk heen rijden, dat zou zoiets zijn als vioolspelen terwijl Rome brandde. Daar waren we het als begeleidende docenten snel over eens, maar toen werd het lastiger. Zouden we een kamp kunnen bezoeken? Wat zouden we daar dan eigenlijk gaan doen en met welk doel? Hoe vonden we betrouwbare contactpersonen? Zaten de vluchtelingen überhaupt op ons te wachten? Konden we iets voor ze meenemen? En wat moesten we tegen de ouders zeggen, die in het nieuws konden zien dat er vechtpartijen en ziektes in die kampen uitbraken?

Een goede reden om wel te gaan was dat er voortdurend tekorten aan voedsel en andere levensbehoeften waren, met name bij de Macedonische grens en in Piraeus. Sommige leerlingen hadden uit zichzelf al voorgesteld om iets in te zamelen. Een andere reden was dat veel mensen in Nederland zich nauwelijks een voorstelling kunnen maken van wat het betekent om alles achter te laten en dan eindeloos te wachten op een kans om een nieuw bestaan te beginnen. Een bezoek aan een vluchtelingenkamp zou minstens zo’n waardevolle ervaring kunnen zijn voor het wereldbeeld van onze leerlingen als het sjokken door willekeurig welk museum.

Gelukzoekers zijn geen mensen

De Marx Brothers portretteerden zichzelf in hun films als schaamteloze gelukzoekers. In tegenstelling tot Chaplin deden ze geen moeite om de diepere menselijke waardigheid van hun marginale personages te benadrukken. Juist daarom kunnen ze ons vandaag de dag nog iets leren over de ideologie achter de toenemende vreemdelingenhaat.

Naamloos1

Aandeelhouders en verstekelingen

“Ik ben een vreemde hier,” zegt Chico tegen Groucho op een feestje. “Wat dacht je dat ik was,” antwoordt Groucho, “één van de vroege kolonisten?” Zo’n tachtig jaar geleden stelden de Marx Brothers (zelf tweede generatie allochtonen, net als Aristoteles en Spinoza) in al hun films het migratievraagstuk impliciet en vaak ook expliciet aan de orde. In Monkey Business (1931) spelen de broers vier verstekelingen, verstopt in haringvaten aan boord van een oceaanstomer. Groucho en Chico doen zich voor als aandeelhouders en als de kapitein ze niet gelooft (“Jullie lijken meer op een stel verstekelingen!”) reageert Groucho: “Vergeet niet, mijn beste man, dat de aandeelhouder van gisteren de verstekeling van vandaag is.” Ondertussen steken ze ook nog de draak met de anti-immigratiewetgeving van de jaren twintig, toen in Amerika de quota per regio ingevoerd werden. Na weer een abominabele woordgrap van Chico kijkt Groucho in de camera en zegt: “Dit is nou precies waarom de immigratie aan banden gelegd moet worden.” In de hilarische douanescène proberen de vier broers Amerika binnen te dringen met het gestolen paspoort van Maurice Chevalier.

Wie zijn de handelaren in angst?

Handel in angst

Waar komt het snel toenemende geweld tegen AZC’s en asielzoekers vandaan? In een uitstekend stuk op Joop.nl wees Han van der Horst een paar dagen geleden op de verantwoordelijkheid van Geert Wilders, die zijn aanhangers elke dag opjut tot verzet en nauwelijks moeite doet om zich van het resulterende geweld te distantiëren. Minister Asscher noemde Wilders een paar weken geleden nog, met een oude uitdrukking van Geert Mak, een “handelaar in angst”.

Toch wringt er iets aan dat beeld. Als er een markt voor angst is, zou je Wilders dan niet eerder een producent moeten noemen? Wat hij produceert zijn haat- en scheldwoorden, griezelverhalen en extremistische oplossingen. Producten die hij moeiteloos en met flinke politieke winst kan verkopen, maar alleen omdat ze gretig worden afgenomen en gedistribueerd door verschillende groothandelaren. Kortom, wie op Wilders wijst moet ook kijken naar de rol van mainstream media en van liberale of progressieve politici – dat wil zeggen, van bijvoorbeeld de NOS of van mensen als Asscher zelf.

 

Verdoezeling