Paulus en de olifant (3)

(Vervolg van deel 1 en deel 2)

Zoals aan het slot van het vorige stuk aangegeven is Paulus in de jaren negentig onder atheïstische filosofen populair geworden. Van der Heidens verklaarde doel in Het uitschot en de geest: Paulus onder filosofen is om de daaropvolgende discussie ‘nu ook in het Nederlandse taalgebied te ontsluiten’, maar dat is te bescheiden. Hij probeert om de thema’s, doelstellingen en argumenten van de betrokken denkers systematisch in kaart te brengen en te wegen, waarbij hij ze ook nog toetst aan de teksten van Paulus. Zo’n ambitieus boek is er bij mijn weten tussen alle bundels van de laatste tien jaar nog niet eens in het Engels verschenen.

Afbeeldingsresultaat voor zizek badiou

Slavoj Žižek en Alain Badiou

De ‘spelers’ in dit veld, kondigt de auteur aan, zijn ‘Heidegger, Taubes, Badiou en Agamben – met de neurotische entertainer Žižek als onvermoeibare reserve’. De namen zijn bekend voor wie de discussie heeft gevolgd, maar de ad hominem waarmee Van der Heiden Žižek naar de reservebank stuurt valt uit de toon bij de omzichtige, secure stijl van zijn boek. Verderop in het eerste hoofdstuk  kondigt hij aan dat ‘we zullen zien dat de filosofen de vraag naar de Messiaanse gebeurtenis stellen in discussie met het denken van Hegel, die in feite een moderne, gedynamiseerde versie van een monisme biedt. Paulus’ beginsel van de geest, zo betogen de filosofen, biedt een alternatieve opvatting van de geest voor die welke Hegel in zijn dialectische begrip van de wereldgeest uitwerkt.’

Paulus en de olifant (2)

(Vervolg van deze recensie)

Een interessante opmerking van Van der Heiden is dat in de recente herwaardering voor de antieke cultuur ‘het thema van de levenskunst’ overheerst. Hedendaagse geïnteresseerde lezers hebben volgens hem geen behoefte aan ‘weten omwille van het weten alleen’, maar vooral aan een bezinning op ‘levenshoudingen en levenswijzen’ van antieke voorgangers, waar ze zichzelf aan kunnen spiegelen. Dat verklaart misschien waarom een boek als dat van Meijer zoveel beter verkoopt dan de jaloersmakend heldere inleiding Paulus en de rest van Lietaert Peerbolte.

Blinde monniken en een olifant (Japan)

Bij die laatste komt naast het theologische ook het historische perspectief het beste uit de verf. Omdat hij in een slothoofdstuk bovendien stilstaat bij de discussie over Paulus onder filosofen, is hij feitelijk de enige die de olifant vanuit alledrie de genoemde vakgebieden heeft onderzocht. Zijn boek behandelt het ‘Nieuwe Perspectief op Paulus’, recentelijk nog op dit blog beschreven. Het Nieuwe Perspectief heeft sinds de jaren zeventig korte metten gemaakt met de dominante protestantse uitleg van wet en genade en onderstreept dat de apostel altijd een Jood is gebleven. Lietaert Peerbolte laat echter overtuigend zien dat sommige pleitbezorgers ervan zich vergalopperen, als ze concluderen dat Paulus nooit met de wet gebroken heeft en dat zijn bezwaren tegen de wet alleen voor niet-Joden gelden. De apostel houdt er een dualistische voorstelling van de wet op na: als een geestelijke voorstelling van rechtvaardigheid en als een letterlijk stelsel van regels. Die eerste ‘wet’ is uitgedrukt in Jezus’ gebod van de liefde, ‘want wie de ander liefheeft, heeft de hele wet vervuld’, en de tweede is door Jezus buiten werking gesteld.

Paulus en de olifant (1)

In de loop van de negentiende eeuw zochten sommige atheïsten de confrontatie met de kerk en haar vertegenwoordigers. Met Jezus gingen ze echter zachtzinniger om en zo ontstond de nog altijd populaire neiging om onderscheid te maken tussen de ‘goede Jezus’ en de ‘slechte Paulus’. De Franse schrijver Ernest Renan omschreef de apostel als een ‘lelijk Joodje’, iemand die de gezonde ‘arische’ kern van Jezus’ leer had verziekt. Ook Nietzsche, de zelfbenoemde Antichrist, richtte zijn pijlen vooral op Paulus en de door hem geïnspireerde kerkhervormers Luther en Calvijn. Ze hadden de mens hulpeloos gemaakt, om de macht van God te vergroten, en ze hadden het aardse leven van alle waarde ontdaan ten gunste van het hiernamaals.

Afbeeldingsresultaat voor medieval manuscript elephant

Shakespeare in een notendop

Het Bruggehuisje – kleinste Verteltheater van Amsterdam – presenteert: Shakespeare in een notendop. Een lezing door Joris Verheijen en een concert door de Amsterdamse Cantorij. Zondag 8 juli –v.a. 13.30 uur – Amstelkade t/o 1

Let op: voor deze typische Bruggehuisje-belevenis is voorinschrijving vereist! Schrijf een mail naar hetbruggehuisje@gmail.com en reserveer! Entree lezing: 5,50 Entree concert: 14,50 Lezing en concert samen (het Shakespeare-in-een-notendop-pakket): 17,50

 

Lezing 13.30: ‘Gevangen in een notendop’: het geheim van de grootste schrijver onthuld in het kleinste theater

‘Zet mij gevangen in een notendop en ik zie mezelf nóg als een koning van ’t heelal’, zei Hamlet.
Naar aanleiding van het concert van de Amsterdamse Cantorij met gezongen Shakespeare-teksten ontrafelt Joris Verheijen het geheim van Shakespeares schrijverschap. Wat maakt zijn stukken schijnbaar zo tijdloos? En waarom is Amsterdams kleinste theater zo geschikt om dat te ervaren? Alles wat je over Shakespeare wilde weten – in een notendop.

Concert (Waalse Kerk) (15.30):

Wat Paulus met blauwe inkt schreef

Toen hij zich moest verantwoorden voor het misdadige Amerikaanse migratiebeleid, dat kinderen met geweld aan hun ouders ontrukt en ze voor onbepaalde tijd in kampen opsluit, verwees minister van justitie Jeff Sessions naar de bijbel. Niet naar koning Herodes, zoals misschien toepasselijker was geweest, maar naar ‘de apostel Paulus en zijn duidelijk en wijs gebod in Romeinen 13 om de wetten van de regering te gehoorzamen, omdat God ze heeft uitgevaardigd om de orde te handhaven.’Afbeeldingsresultaat voor apostle paul

Hij bevond zich wel in goed gezelschap met die verwijzing, want die regels zijn vaker gebruikt als zelfrechtvaardiging door onderdrukkers. Door negentiende-eeuwse slavenhouders in Amerika, bijvoorbeeld, door de Nazi’s en door het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat roept de vraag op in hoeverre Paulus’ woorden zich lenen voor zulke repressieve toepassingen. Hier komen ze:

Rennen voor Thermopylae

In het Griekse Thermopylae, waar volgens Herodotus driehonderd Spartanen het hele Perzische leger tegenhielden, hebben vertegenwoordigers van de lokale overheid in 2016 zelfstandig besloten om iets voor de vluchtelingen te doen. Omdat ze die zagen verkommeren in overvolle kampen en omdat ze vonden dat ze met hun beperkte mogelijkheden de Griekse gastvrijheid hoog moesten houden. Toen de regering geen steun bood, hebben ze het geld uit het aardbevingenpotje van de regio gebruikt. Met de hulp van veel vrijwilligers hebben ze twee voormalige hotels gereed gemaakt voor de opvang van ongeveer vijfhonderd Syriërs. Toen ik zag wat daar in een paar maanden was bereikt, moest ik denken aan de regels van de Griekse dichter Kavafis:

Eer aan hen die in hun leven
zich een Thermopylae stellen en het hoeden.
Nooit wijkend voor hun plicht,
evenwichtig en rechtvaardig in al hun daden,
maar ook meedogend en barmhartig,
steeds hulp biedend naar hun vermogen.


Over twee weken gaan we er voor de derde keer naartoe, met de vijfdeklassers van het Cygnus Gymnasium. Voor sport en spel met de honderden vluchtelingenkinderen en om het geld over te dragen, dat we voor ze hebben opgehaald. Vorig jaar hadden we bijna tienduizend euro aan sponsorgeld opgehaald. Dat bedrag is onder meer gebruikt voor teken- en schrijfmaterialen, kinderschoenen, luizenshampoo, muggenzalf en andere benodigdheden. Alles om het lange wachten een beetje draaglijk te maken, met name voor de kinderen.

Hoe heet Othello? Over het racisme van Shakespeare

Op het eerste gezicht lijkt het een anticlimax, wat het Nationale Theater deze maand doet: Othello spelen zonder de gewelddadige ontknoping. Zoiets als een western zonder shootout of een romantische komedie waarin Hugh Grant single blijft. ‘Othello vermoordt zijn vrouw’, zeggen ze aan het slot met z’n allen, maar er gebeurt helemaal niks. Hij voegt de daad niet bij hun woorden. Het werkt, omdat wat ze uitspreken ineens geen tragisch noodlot meer is, maar ontmaskerd wordt als een witte fantasie, een verzinsel over een primitieve zwarte boeman die zich weer eens laat meeslepen door zijn driften.

Door het veranderde slot en ook door te kiezen voor een zwarte hoofdrolspeler, in plaats van een zwartgeschminkte witte, maakt regisseur Daria Bukvić het racisme in Othello’s omgeving zichtbaar. Haar bewerking, geïnspireerd door het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume, is door bijna alle recensenten geprezen. Zelf ben ik er ook door aan het denken gezet, onder andere over een kwestie die de makers en de recensenten niet direct aan de orde stellen: hoe staat het met het racisme van Shakespeare zelf? Schetste hij de negatieve stereotypen van zijn tijdgenoten of waren het zijn eigen vooroordelen? Een lastige vraag, die de meeste handboeken en studiegidsen overslaan. In de afgelopen tien jaar heb ik zelf talloze cursussen, colleges, trainingen en lessenreeksen rondom de grote bard gegeven, maar ik kan me niet herinneren dat het daar ooit over ging.

Asterix en de precariërs

Van Asterix kan links leren dat de groei van het precariaat en toenemend racisme met elkaar samenhangen, dat de keuze tussen economie of identiteit een valse keuze is en dat normale mensen rare jongens zijn

Zijn dat slaven?’ vraagt Asterix, als hij naar de roeiers wijst. ‘Nee! Compagnons!’ antwoordt de Phoenicische koopman Verramsj met een grijns. ‘Ik heb de vennootschap opgericht en zij hebben het contract niet goed gelezen. Nu ben ik president-directeur-generaal.’ In een later album komen de Galliërs de koopman en zijn roeiers weer tegen en hoewel ze nieuwe titels dragen, zijn de arbeidsverhoudingen en de grijns hetzelfde gebleven. ‘Ik heb nu een reisbureau opgericht, gespecialiseerd in zeereizen,’ legt Verramsj uit. ‘Zij zijn het A.U.B.  – algemeen uitvoerend bestuur – en ik ben O.K. – organiserend kapitein.’ Weer later zijn de roeiers ‘allemaal prijswinnaars van een wedstrijd die ik georganiseerd heb en ze hebben allemaal een zeereis gewonnen, exclusief de kosten.’

Dat Goscinny en Uderzo met Obelix & Co. de grondigste analyse van het kapitalisme hebben geleverd sinds Marx en Engels is algemeen bekend, maar de flexibiliseringstaal van deze koopman is vandaag misschien nog wel actueler. Niet voor niets heet hij in de Engelse Asterix-vertalingen Ekonomikrisis.

De waarheid over Dokkum moest in het midden liggen

Maandag verklaarde burgemeester Waanders dat alleen de tegenstanders van Zwarte Piet, georganiseerd in de stichting Nederland Wordt Beter, hadden aangegeven bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum te willen demonstreren. De voorstanders hebben “geen demonstratie of andere vorm van betoging aangemeld”, maar hebben de tegenstanders klemgereden op de A7 om de doortocht naar Dokkum te verhinderen.

Toen de bussen met tegenstanders verder reden, kreeg de politie aanwijzingen dat er nieuwe, wilde blokkades dreigden. Bovendien kreeg ze “berichten dat zich in de binnenstad van Dokkum al reeds mensen bevonden die de confrontatie zouden zoeken met de mensen van ‘Stichting Nederland wordt beter’. Hierbij werd ook melding gemaakt van mensen die onderweg zouden zijn met zwaar vuurwerk.” Het is duidelijk dat de laatste zin betrekking heeft op de genoemde berichten over herrieschoppende pro-Pieters. De politie rekende de mensen met zwaar vuurwerk dus ook tot de voorstanders van zwarte Piet.