Tagarchief: onderwijs

Als wij het voor het zeggen hadden: leerlingen beoordelen het onderwijs met Michel Foucault

Op de website van onderwijsvakblad Van twaalf tot achttien vertellen zeven leerlingen uit mijn filosofieklas hoe ze tegen het onderwijs en de school aankijken. Ze doen dat met hulp van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984), die analyseerde hoe macht werkt in instellingen om mensen te normaliseren, te disciplineren en te dresseren. Zijn bekendste voorbeeld was het Panopticon, de oude koepelgevangenis waarvan het idee was dat gevangenen zich permanent bekeken voelden, zodat ze zichzelf gingen bekijken en er uiteindelijk geen bewaker meer nodig was.

In hoeverre beheersen zulke ideeën het moderne onderwijs? In groepjes en met Foucaults begrippen onderzochten de leerlingen machtspraktijken op hun eigen school, zoals het leerlingvolgsysteem, toetsing, digitalisering en het strafreglement. Waren ze zelf in hun schooljaren door die praktijken gevormd of vervormd? Welke kritiek hadden ze op hun onderwijs en welke alternatieven zouden ze doorvoeren, als zij het voor het zeggen hadden? Het leverde weken van levendige discussies op en scherpe essays, waarvan Van twaalf tot achttien er nu drie heeft gepubliceerd. Niet alleen omdat de stem van leerlingen in onderwijsdiscussies te weinig gehoord wordt, maar ook omdat hun punten de moeite waard zijn om naar te luisteren.

Wie is er bang voor inclusief onderwijs?

Veel docenten en schoolleiders vinden inclusiviteit een vanzelfsprekend doel van goed onderwijs, maar er zijn ook tegengeluiden. Kort geleden herplaatste het Nederlands Dagblad een opiniestuk dat al in De Volkskrant stond en waarin Jos van Remundt vindt dat scholen ‘inclusiviteit’ uit hun missie moeten schrappen. Het nastreven van inclusiviteit zou in de praktijk juist negatieve effecten hebben, namelijk dat kritische stemmen worden uitgesloten en dat het open gesprek stokt. Hij haalt Hannah Arendt erbij, ‘zelf gevlucht voor het nationaal-socialisme en bekend om haar inzichten in totalitaire systemen’, van wie we kunnen leren dat ‘op deze manier eenheid nastreven gevaarlijk is.’

Van Remundt vindt ook dat scholen het idee los moeten laten ‘dat de samenleving maakbaar is.’ Zijn waarschuwing voor inclusiviteit doet denken aan breder gehoorde geluiden over de gevaren van begrippen die sociale rechtvaardigheid uitdrukken. Multiculturalisme, woke, antiracisme, social justice warrior, deugen, Black Lives Matter: in oorsprong zijn het idealen of complimenten, maar de opiniepagina’s en Twitter staan vol met doembeelden waarin ze de westerse beschaving bedreigen.

Goed leven kan niet zonder tegengeluid

Afbeeldingsresultaat voor goede leven en vrije marktEind 2018 verscheen het nieuwe lesboek voor het VWO-eindexamen filosofie: Het goede leven en de vrije markt. Een ongekend actueel schoolboek, over de schaduwkanten van de globaliserende markt, over de menselijke en ecologische kosten van het kapitalisme en over de mogelijkheid om in dialoog met filosofen van vroeger en nu alternatieven te formuleren. De jury van de Socratesbeker 2019 prees de ‘grote filosofische openheid’ waarmee de drie auteurs, Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk, ‘op een zorgvuldige manier de verschillende filosofische tradities’ hadden gewogen. Eigenschappen die je graag ziet in een schoolboek en die de leerlingen zelf aan de dag moeten leggen op het examen. Een van de voornaamste exameneisen is immers dat ze ‘verschillende filosofische posities ten aanzien van een vraagstuk beargumenteerd’ kunnen innemen en ‘vanuit verschillende perspectieven’ kunnen redeneren. Toch klonk er ook kritiek op de conservatieve inslag van het boek. ‘Eh juf? Toch even vragen,’ schreef Sjoerd de Jong in het NRC. ‘Als dit neutrale lesstof is, eet ik mijn schrift op.’

SuperMutant Magic Academy

Als ik één onderwijsboek van het jaar 2015 zou moeten aanwijzen, dan wordt het SuperMutant Magic Academy van Jillian Tamaki. Een hilarische, schrijnende, ontroerende graphic novel die een heel klein beetje aan superhelden doet denken of aan een Hogwarts-achtige toverschool, maar die eigenlijk gewoon over het dagelijks leven in de schoolbanken gaat. Dus over vervreemding, eenzaamheid, vriendschap, verliefdheid, erkenning en het gemis daaraan, lol trappen, pesterij, opstand, idealisme, creativiteit, apathie, nihilisme, twijfel, schaamte en zelfhaat en de hoop dat alles beter is als je de volgende ochtend wakker wordt.

De strips beslaan steeds één pagina, maar bij elkaar vertellen ze een heel verhaal over de terugkerende personages: Wendy die kattenoren heeft, Marsha die stiekem verliefd op haar is, Everlasting Boy die onsterfelijk is, Cheddar met z’n grote bek en het jongetje dat om de drie uur aan een speciaal apparaat moet. “Iets met subatomaire deeltjes en het Evenwicht van het Heelal, geloof ik,” legt een klasgenoot uit.

Random Thought

Monotheïsme, marshmallows en morele ontwikkeling (2)

Brugklas

(Vervolg van mijn blog van gisteren)

Hoe is het marshmallow-raadsel te verklaren? In de eerste plaats zou je verwachten dat het verschil tussen de tweede klas van vorig jaar en de eerste klas van dit jaar een rol speelt. Is er geen wezenlijk verschil in (morele) ontwikkeling tussen (veel) tweedejaars en (veel) eerstejaars, waardoor de tweedejaars me meteen begrepen, terwijl sommige eerstejaars in het duister tastten? Hoe is dat verschil te beschrijven en wat valt eruit te leren?

In de tweede plaats was dit een nogal ambitieus lesontwerp. Alle lesdoelen zijn alleen haalbaar als de instructie goed genoeg is. Waarschijnlijk heb ik de verbinding tussen de eerder behandelde stof en de opstelopdracht en de voorwaarden en doelen van die opdracht niet duidelijk genoeg gemaakt. Vandaar dat sommige eersteklassers er moeite mee hadden (in tegenstelling tot tweedeklassers, die vaak beter kunnen raden wat ik van ze verwacht).

Monotheïsme, marshmallows en morele ontwikkeling (1)

Ongeveer een jaar geleden heb ik een les verzorgd over de beroemde ‘marshmallow test’. In de lessen daarvoor hadden we het uitgebreid gehad over het geloof in één God en ook over de religieuze regels die eisen dat je de bevrediging van natuurlijke behoeftes uitstelt, bijvoorbeeld tijdens de vasten. In onze consumptiemaatschappij zijn dat nogal ‘exotische’ rituelen: waarom zou je jezelf kwellen door een behoefte niet onmiddellijk te bevredigen? De vergelijking met de marshmallow test had ik erbij gehaald om bij leerlingen wat begrip en empathie te kweken voor zulke rituelen. Daarbij oefenden ze zich in het reflecteren op hun eigen gedrag en leerden ze bovendien dat het uitstellen van behoeftebevrediging geen masochisme hoefde te zijn, maar verrassend positieve effecten kon hebben.

Vasten

Leerlingen van de tweede klas van het gymnasium kregen een filmpje te zien van het beroemde Stanford Marshmallow Experiment, waarbij kleuters in een onderzoeksruimte een marshmallow voorgezet kregen. De onderzoeker legde uit dat ze een kwartier weg zou blijven. Als de marshmallow er na dat kwartier nog lag, zouden de kleuters een tweede marshmallow verdienen. Een van de meest verrassende conclusies uit het experiment was dat de weinige kinderen die de marshmallow konden laten staan op latere leeftijd flink verschilden van de andere, meer impulsgedreven kinderen: ze toonden meer zelfvertrouwen, konden beter plannen en hadden minder aanleg voor stemmingswisselingen, gedragsstoornissen of verslavingen.