Macedonië, land van de herrijzende zon

Vorige week hebben aanhangers van de regering het parlement van Macedonië bestormd en politici van oppositiepartijen zwaar mishandeld. Ze droegen rode vlaggen bij zich met een zon met zestien stralen, een antiek motief dat de afgelopen decennia de uitdrukking is geworden van oplaaiend nationalisme. Niet alleen in Macedonië zelf, maar ook in buurland Griekenland zie je de ‘zon van Vergina’ op sleutelhangers, koelkastmagneten, postzegels, monumenten en vooral veel vlaggen. Waar heeft dat meer dan tweeduizend jaar oude symbool zijn tweede leven aan te danken?

In de eerste plaats aan de Griekse archeoloog Manolis Andronikos, die na jaren zoeken in november 1977 de antieke vondst van de eeuw deed bij het plaatsje Vergina: een grafheuvel met verschillende Macedonische tombes uit de vierde eeuw voor Christus. Tombe II verborg een ongeschonden koningsgraf, vol gouden eikenkransen, zilveren grafgiften en wapens. Het motief van de zon sierde het deksel van een gouden larnax, een beenderkist die volgens Andronikos niemand minder dan Philippos II bevatte, de vader van Alexander de Grote. “Vol religieuze toewijding staan we voor deze heilige relieken”, schreef hij bij zijn vondst.

De Larnax van Vergina, foto: CC wikimedia

In de tweede plaats dankt deze zon haar populariteit onder vaandelzwaaiers aan het uiteenvallen van Joegoslavië. Toen Macedonië in 1991 onafhankelijk werd, begon het meteen de namen en beelden van Philippos en Alexander te hergebruiken. Op de nieuwe vlag straalde de oude zon van Vergina. Griekenland ging zich zorgen maken over claims op zijn eigen, aangrenzende provincie Macedonië, maar ook op de glorie van Alexander de Grote. Dat had zijn weerslag op de Griekse archeologie. Had Andronikos nog een slag om de arm gehouden met zijn identificatie van Philippos II, in de jaren negentig werden de Grieken steeds stelliger. Het prachtige mausoleum annex museum, dat inmiddels onder de grafheuvel gebouwd is, laat geen enkele ruimte meer voor twijfel.

Het getouwtrek over de naam en de geschiedenis van Macedonië gaat nog steeds door. Volgens Griekse nationalisten kunnen alleen Grieken Macedoniërs zijn, omdat zij afstammen van de antieke Macedoniërs (al werden die door de klassieke Grieken niet bepaald als echte Grieken gezien). Volgens de Macedonische nationalisten zijn zij juist de enige echte afstammelingen – al hebben de Slavische stammen waar ze hun taal aan danken zich pas duizend jaar na Alexander in het gebied gevestigd. Demonstranten aan beide kanten van de grens verkleden zich nog steeds graag als Alexander, met plastic piloshelmen.

Griekenland heeft de vliegvelden van Thessaloniki en Kavála omgedoopt in ‘Macedonia’ en ‘Alexander de Grote’. Macedonië veranderde op haar beurt de naam van vliegveld Skopje in ‘Alexander de Grote’, waarna de Griekse minister van Buitenlandse Zaken verbolgen reageerde dat “je de geschiedenis niet tweeduizend jaar na dato kunt veranderen of vervalsen”.
Uiteraard heeft Griekenland zijn veto gebruikt om toetreding van Macedonië tot NAVO en EU te blokkeren. Door een handelsblokkade wist het bovendien af te dwingen dat de zon van Vergina van de officiële Macedonische vlag verdween. De regeringspartij gebruikt het omstreden symbool echter voortdurend om het vuur van het nationalisme op te stoken, zoals vorige week te zien was.

De twee Macedonische vlaggen, Foto: CC Wikimedia

Je moet de buurlanden nageven dat ze hun ruzie met originele middelen uitvechten: niet alleen met standbeelden van Alexander en Philippos II, die ze als grote schaakstukken neerzetten op straathoeken in Thessaloniki en Skopje, maar zelfs met antropologische expedities. Er gaan al eeuwenlang verhalen over de “verloren kinderen van Alexander”, Pakistaanse stammen die de verre nakomelingen zouden zijn van Alexanders soldaten op hun Indiase veldtocht. Naar één van die stammen, de Hunza, hebben de Macedoniërs een expeditie op touw gezet. De Grieken lieten zich niet kennen en legden contact met een andere stam, de Kalash.

Een delegatie van de Hunza is in 2008 als “verloren broeders” binnengehaald in Skopje, door premier Gruevski en een als hoplieten verkleed ontvangstcomité. De Griekse pers heeft er smakelijk om gelachen, maar er zijn weer Griekse auteurs die beweren dat de taal van de Kalash “een mengsel van Sanskriet en Grieks” is en dat “hun meubels versierd zijn met Macedonische zonnen”.

Ondertussen is er onder archeologen meer en meer twijfel aan de identiteit van de koning in tombe II van Vergina. Een reviewartikel van Jonathan Hall uit 2014 maakt aannemelijk dat het niet om Philippos II gaat maar om Philippos III Arrhidaios, de halfbroer en mislukte troonopvolger van Alexander. Volgens kroniekschrijvers was hij “traag van geest” en leed hij aan “een ongeneeslijke geestesziekte”. Niet het soort van koning waar een Griekse archeoloog snel religieuze toewijding bij zou voelen. En de zon van Vergina blijkt eerder en op andere plekken te zijn gebruikt, bijvoorbeeld op een veel oudere Spartaanse vaas die nu in het Louvre staat. Heel veel grond om er een symbool van het authentieke Macedonië in te zien is er eigenlijk niet. Maar een echte nationalist laat zich door zulke futiliteiten niet ontmoedigen.

 

Dit bericht is ook geplaatst op Joop.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *