Tagarchief: Geschiedenis

Hoe Mozes in een vrijheidsbeeld veranderde

Eind 2014 wordt Exodus van Ridley Scott verwacht en met Gods and Kings van Ang Lee lijkt er nóg een blockbuster over Mozes in de maak te zijn. Wat zal Hollywood deze keer doen met de legendarische Rode Zee-wandelaar? Een recente boektitel claimt dat hij niets meer of minder is dan America’s Prophet. De auteur, Bruce Feiler, ziet de hand van Mozes overal: van de Founding Fathers, die in 1776 op het zegel van hun nieuwe staat lieten afbeelden hoe het Egyptische leger in zee verdronk, tot verwijzingen naar het bijbelboek Exodus in slavenliederen als Go down, Moses en in toespraken van Martin Luther King, Clinton en Obama. In Feilers ronkende retoriek heeft Mozes’ verhaal “Amerika gemaakt tot wat het is. Hij is de voorvechter van de onderdrukten; hij is de oorspronkelijke voorstander van vrijheid en recht voor iedereen.”

Ho ho, kunnen de Amerikanen zomaar hun vlag in een bijbelse profeet prikken, zoals ze dat in de maanbodem hebben gedaan? En wat zou Mozes er zelf van hebben gevonden, als hij een paar van de Exodus-films uit de twintigste eeuw zou gaan zien (wat hij natuurlijk niet zou mogen, vanwege zijn eigen strenge beeldverbod)? Tien tegen één dat hij zijn stenen tafelen nóg een keer kapot zou smijten. Tussen de Mozes van de bijbel en de Mozes van Hollywood gaapt nou eenmaal een kloof die zo wijd is, dat de Joden er naast elkaar doorheen zouden kunnen wandelen.

Hebben we het niet gewusst of wilden we het niet wussen?

Voor een lessenreeks over de Tweede Wereldoorlog heb ik net een boek gelezen dat die vraag probeert te beantwoorden en dat daarvoor twee jaar geleden met de Libris Geschiedenisprijs is bekroond: Bart van der Booms ‘Wij weten niets van hun lot’: Gewone Nederlanders en de Holocaust.

De auteur stelt vast dat in de geschiedschrijving over de bezettingsjaren het beeld is gekanteld van de ‘verzetsmythe’ naar wat hij ‘het verhaal van de schuldige omstanders’ noemt. Hebben in ons zelfbeeld Asterix en de goeie Galliërs plaatsgemaakt voor Judas en de foute Galileeërs? Van der Boom lijkt te denken van wel. Aan de hand van meer dan honderd dagboeken en met hulp van zijn studenten heeft hij geprobeerd te reconstrueren wat gewone Nederlanders nu eigenlijk wisten en vonden van de Holocaust. Zijn conclusie: gewone Nederlanders waren niet slecht of onverschillig, maar juist verontwaardigd over de jodenvervolging. Dat zoveel van hen er gehoorzaam aan hebben meegewerkt en dat Nederland zo’n hoog percentage gedeporteerde joden kende komt volgens Van der Boom omdat niemand kon beseffen wat die joden te wachten stond.

Het is een dik boek, dat ik vandaag dichtsla met een dubbel gevoel. In de eerste plaats ben ik nog steeds aangeslagen door de inhoud van die dagboeken, die de oorlogstijd kleiner, menselijker, alledaagser en tegelijkertijd gruwelijker en onbevattelijker maken. Ik kreeg het
ijskoud van de notities van de katholieke belastingambtenaar P.A. van de Kamp in mei 1943 over de jodenvervolgingen, vooral van het weerbericht waar hij mee besloot: