Tagarchief: filosofie

Doet-ie het of doet-ie het niet?

“Oké. Vooruit dan maar.” Hij plaatst de dolk tegen zijn borst. “Het moet toch ooit gebeuren.” Na drie uur en tien minuten is de voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg afgelopen, tegelijk met zijn leven. Die zelfmoord is veruit de meest drastische vernieuwing in Hamlet versus Hamlet van Toneelgroep Amsterdam/Het Toneelhuis, veel meer dan de veelbesproken keuze om de hoofdrol aan een vrouw te geven.

Kenneth Branagh (1996) als Hamlet, met dolk, maar hij gebruikt hem niet

Drie uur en tien minuten is niet zo lang (om de volledige tekst van Shakespeare te spelen heb je vier tot vijf uur nodig). Zeker niet in deze levendige uitvoering met Nederlandse en Vlaamse topacteurs. Een vernuftig decor maakt van kasteel Elsinore een gevangenis en een doolhof, ondoordringbaar en transparant tegelijk. Door de glazen vloer zijn het moeras en de vuiligheid te zien, waar het kasteel in dreigt te verzinken. De komische intermezzi krijgen het hele publiek aan het lachen, zonder de noodlotssfeer ook maar een moment te verbreken. De vindingrijke vertaling van Tom Lanoye kraakt als verse sneeuw onder de voeten van de acteurs en maakt al wat oud is als nieuw. Kortom, alles bij elkaar is het sombere stuk geworden wat het óók hoort te zijn: een lofzang op het theater zelf. Eenmaal buiten kreeg ik zin om meteen kaartjes voor minstens zes willekeurige voorstellingen te kopen.

Als de kat van huis is: Inside Llewyn Davis

“Wie geen gevoel voor ironie heeft,” zei Friedrich Schlegel (1772-1829), “die zal haar ook niet herkennen als het er duimendik bovenop ligt.” De nieuwste film van Joel en Ethan Coen, Inside Llewyn Davis, is bedekt met ironie zoals New York er bedekt is met sneeuw. Alleen had ik niet meteen door hoe dik die laag was, maar misschien heb ik te weinig gevoel voor ironie. Mijn eerste indruk was van een goed gespeelde, soms realistische en bij vlagen hilarische film, die uiteindelijk toch een mistroostig gevoel achterliet. Een film over een mislukte folkzanger die van de ene tegenslag in de andere valt, maar weinig recht van klagen heeft, omdat hij het er zelf naar maakt.

Inside Llewyn Davis

Hij laat de rode kat van zijn vrienden ontsnappen en brengt de verkeerde kat terug. Hij ziet als sessiemuzikant af van de royalties om direct uitbetaald te krijgen en hoort later dat het plaatje succes heeft. Hij maakt zijn ex ongewenst zwanger, probeert bij haar nieuwe vriend geld te lenen om de abortus te kunnen betalen en hoort dan van de gynecoloog dat hij nog een gratis behandeling tegoed heeft: zo’n tweeënhalf jaar eerder heeft zijn vorige ex van een al betaalde abortus afgezien en het kind gehouden, zonder dat hij van iets wist. Later die avond drukt een trots paar hem een fotootje van hun zoon in handen. “Hij is twee geworden in april.” En zo gaat het maar door. Er wordt verwezen naar Odysseus en koning Midas, maar ik moest eerder aan Sisyphus denken, die gestraft wordt door twee meedogenloze regisseurs.

Je leren onderwerpen

Onderstaande tekst komt uit de mémoires van de Franse filosoof Didier Eribon (Retour à Reims, 2010), die zelf uit een arbeidersgezin kwam en hier vertelt over de voor hem ondoorgrondelijke normen van het lyceum, waar hij naartoe ging. Heel actueel, vooral als ik denk aan de aanpassingsproblemen van leerlingen van buitenlandse afkomst op onze school.

JE LEREN ONDERWERPEN

“Het aanleren van de schoolcultuur en alles wat ze van mij eiste was voor mij een traag en chaotisch proces. Het vergt een discipline van de geest, maar ook van het lichaam, die bepaald niet aangeboren is. Er is veel tijd voor nodig om die cultuur te verwerven, als je niet het geluk hebt gehad dat dat ongemerkt vanaf je kindertijd is gebeurd.

Voor mij was het een ware ascese: een opvoeding van mezelf, of liever gezegd een heropvoeding, waarvoor ik moest afleren wat ik was. De verhouding tot mezelf die de schoolcultuur oplegde bleek onverenigbaar met hoe het bij ons thuis toeging. En naarmate ik meer geschoold werd, ontstond er in mij, als één van de mogelijkheidsvoorwaarden, een breuk, een soort van ballingschap zelfs, die steeds sterker werd en me stukje bij beetje scheidde van de wereld waar ik uit voortkwam en waar ik nog steeds in leefde. En zoals elke ballingschap bevatte ook deze een vorm van geweld. (…)