Maandelijks archief: februari 2026

Sonnet LXVI

Sonnet LXVI is Shakespeares meest politieke sonnet. Wolf Biermann zong het in Oost-Duitsland en gebruikte de tekst om er al zijn boosheid en frustratie over een onrechtvaardig, ontmenselijkend systeem onder te verstoppen. Sjostakovitsj heeft het op muziek gezet, waarschijnlijk om precies dezelfde reden. Helen Vendler noemt het sonnet in haar commentaar een masque, naar de woordeloze spektakels die men in de zestiende eeuw graag optuigde: een optocht van misstanden en kwaden, die aan de spreker voorbijtrekt en waar hij alleen maar van verlost wenst te zijn, totdat hij aan zijn liefde denkt. Daarbij zijn de misstanden ook nog eens zo actueel, dat het lijkt alsof Shakespeare onze tijd beschrijft, met zijn perverse politiek, zijn omkering van waarheid en leugen en zijn misogynie.

Kozintsev, Hamlet (1964)

Het is een sonnet dat in de literatuur betrekkelijk weinig aandacht heeft gekregen, misschien omdat de critici de opsommende vorm, ‘And…, And…, And…’, met steeds één kwaad per regel, te saai of te stijf vonden. Het is ook een gedicht waarbij, zoals we eerder bij sonnetten XXIX en XXX zagen, één lezing zo voor de hand ligt, dat die andere interpretaties onmogelijk lijkt te maken. Die lezing is: het leven is zwaar ruk en je zou er soms van verlost willen zijn, als het niet voor de liefde was. Laten we kijken of we die al te simpele lezing kunnen compliceren.

Je kent mijn methode, Watson (2)

Hoe leer je pubers het verschil tussen convergent en divergent denken? En wat heeft dat te maken met de ruimte die ze hebben voor creativiteit op school? Aansluitend op de vorige blog heb ik het met mijn derdeklassers gehad over de methodische verschillen tussen Sherlock Holmes en de politie. Als Sherlock naast een lijk staat, heeft hij in een mum van tijd een hele reeks hypothesen ontwikkeld, van plausibele verklaringen tot meer exotische redeneringen. De kracht van de BBC-serie met Benedict Cumberbatch (2010-2017) is dat die zulke creatieve, divergente denkmomenten visualiseert, door Sherlocks gedachten op het scherm te projecteren. Later in de aflevering begint hij te convergeren, tot er één verklaring overblijft. ‘When you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth.’

Als politieagenten naast een lijk staan, tenminste in die serie, kunnen ze voor geen meter divergent denken. Ze kiezen de meest voor de hand liggende hypothese, laten ook het bewijsmateriaal in die richting convergeren en ronden dan het onderzoek af. Ze zijn de woordenboekdefinitie van ‘tunnelvisie’.